Berichten

Participatie is voor ontwikkelaar vooral een kans

Onze adviseur Paul Splinter schoof 5 juni op de Amsterdamse vastgoedbeurs Provada aan bij een lunchsessie van Slokker Vastgoed. Onderwerp van gesprek was Participatie onder de Omgevingswet, een last of zegen?

Tijdens de sessie bracht hij in dat participatie voor de ontwikkelaar toch vooral een kans is: “Onder de Omgevingswet wordt participatie een belangrijke rol toegedicht. Maar Omgevingswet of niet. In gesprek gaan met omwonenden en stakeholders is voor een ontwikkelaar altijd belangrijk. Niet om draagvlak te verkrijgen maar om kennis en informatie over de plek op te halen. Het verhaal van de plek is een mooie insteek om het gesprek aan te gaan met de buurt. Wat is er zo kenmerkend voor de buurt, wat maakt het prettig om te wonen of te verblijven, maar ook wat zou deze buurt beter maken? Op basis van dit soort vragen komt de trots en identiteit van een plek naar boven. Mensen vertellen graag verhalen. Dit vormt een mooi vertrekpunt voor verder gesprek over nieuwe ontwikkelingen in de omgeving. Door voort te bouwen op de identiteit voelen mensen zich verbonden met de plek wat de toekomstwaarde vergroot”.

lees het verslag van de sessie op de website van Slokker

Moodboards

Co-creatie voor iedereen!

De nieuwe Omgevingswet verlangt een actieve houding van de burger. Actieve burgers worden meer dan ooit betrokken bij gebiedsontwikkeling, maar hoe zit het met de meer passieve burger? Als een deel van de mensen niet meebeslist kan er een scheve verhouding ontstaan. The Missing Link ziet kansen om dit te voorkomen door ervoor te zorgen dat iedereen zich aangesproken en betrokken voelt. Door identiteit als uitgangspunt voor de omgevingsvisie te nemen en deze in beeld in plaats van beleidsjargon weer te geven, ontstaat een gezamenlijke taal en kan iedereen meespreken.

Het Mattheüseffect

Onlangs publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een kritisch essay over de Omgevingswet. Een van de naïviteiten waar het SCP voor waarschuwt, is de aanname dat het gros van de burgers zal participeren. Niet iedere burger neemt de tijd om zich te verdiepen in het beleid van zijn gemeente, of voelt zich betrokken bij zoiets vaags als de gemeentelijke toekomstvisie. Het SCP waarschuwt dat een ‘one size fits all’ benadering van burgers niet altijd de aangewezen weg is. Niet iedereen kan in gelijke mate informatie opsporen en inzetten, bezwaren articuleren of de mogelijkheden tot participatie benutten.

Het is van belang dat overheden zich realiseren dat niet iedere burger in dezelfde mate participeert. De kans is groot dat de leefomgeving van de actieve burger verbetert, in tegenstelling tot die van de non-actieve burger. Binnen de sociologie staat een dergelijke situatie bekend als het Mattheüseffect: “zij die al veel hebben, krijgen meer, en zij die niet hebben, wordt ontnomen wat zij verdienen”.

Een Omgevingsvisie vanuit een lokale identiteit

De nieuwe Omgevingswet verplicht de gemeente om bij het besluit tot vaststelling van een omgevingsvisie of -plan aan te geven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen zijn betrokken. Het creëren van die betrokkenheid is lastig. Weinig mensen worden enthousiast van veel tekst. De manier van informatieoverdracht is minstens zo belangrijk als de inhoud. De door The Missing Link ontwikkelde methode, waarbij de lokale identiteit wordt weergegeven in moodboards, zorgt ervoor dat iedereen begrijpt waar het over gaat en kan meepraten. De lokale identiteit is immers van iedereen. Sterker nog; iedereen maakt onderdeel uit van die identiteit. De visualisering van het gemeenschappelijke verhaal in moodboards draagt bij aan de vorming van een gezamenlijke taal. Het maakt dat iedereen kan meedenken en -doen. Uitnodigingsplanologie, zoals het bedoeld is.

Willem de Bruin, stagiair bij The Missing Link.

<Ga terug

structuurvisie

Het venijn zit in de start

Mijn belangrijkste inzicht na het bestuderen van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie is dat het verschil met de huidige Wro niet zozeer in de inhoud zit, maar vooral in het proces. In gesprekken die ik voer, rijst steeds de vraag of de voor gemeenten verplichte omgevingsvisie nou echt zo anders is dan de structuurvisie. Inhoudelijk kan nu ook alles geregeld worden in een structuurvisie. Maar er zijn wel degelijk grote verschillen. En ik vraag me zelfs af, of wordt beseft hoe groot die verschillen zijn en welke inspanningen ze vergen.

De omgevingswet vraagt om een (nog) integraler proces dan nu het geval is. De omgevingsvisie omvat straks ook de beleidsnota’s voor milieu, water en verkeer. En dat doe je niet af met een advies aan je collega of een kant en klare paragraaf die in de visie kan worden overgenomen. Het stapelen van sectorale uitgangspunten is niet integraal.

Bovendien is het nu nog urgenter goed voorbereid te zijn op initiatieven uit de samenleving. Een duidelijke visie is daarvoor een must. Het geeft je een mooi startpunt om samen vast te stellen waar je naar toe wilt de komende jaren. In dat opzicht kun je de omgevingsvisie vergelijken met het mission statement van ondernemingen. Door middel van de omgevingsvisie geef je aan wie je bent, wat je doet en wat je wil bereiken. De visie staat ook niet voortdurend ter discussie. In het ideale geval definieert de gewenste identiteit van de gemeente; de stip op de horizon waar in gezamenlijkheid naar toe wordt gewerkt. En die gewenste identiteit bepaal je samen.

De omgevingsvisie moet immers in co-creatie ontstaan. Bij besluit tot vaststelling van de omgevingsvisie moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden zijn betrokken. Dit co-creatief proces is iets anders dan participatie en vraagt niet alleen om een dialoog, maar om daadwerkelijk samen denken en samen doen.

Het samen denken en doen is wat het proces onder de nieuwe Omgevingswet doet verschillen van de huidige Wro. Dat samen denken en doen vraagt om een cultuurverandering. Binnen de gemeente zullen werkprocessen er anders uit gaan zien. Maar ook het samenwerken met initiatiefnemers en burgers vaagt om een ander soort proces.

En hoe krijg je iedereen dan betrokken wanneer het om zoiets vaags gaat als de toekomstvisie voor de gemeente? Mijn advies: begin bij het begin. Stel samen vast wie de gemeente is en waar zij voor staat. Neem de identiteit van de gemeente als uitgangspunt en zorg dat je een gemeenschappelijke taal spreekt. Die taal ontstaat vanzelf wanneer je spreekt over de identiteit van de plek waar de deelnemers leven. Zij maken zelf immers onderdeel uit van die identiteit. En: neem de tijd! Het venijn zit hem in de start. Met een duidelijke omgevingsvisie ligt er straks een gedegen fundament waar je jaren mee vooruit kan.

Thessa Fonds (senior adviseur TML)

< Ga terug

omgevingsvisie

Identiteit als uitgangspunt

Een omgevingsvisie vraagt om een nieuwe werkwijze. Het volstaat niet om de bestaande sectorale beleidsvisies te stapelen en als omgevingsvisie vast te stellen. Dat zou voorbijgaan aan de ambitie om integraal te werk te gaan. Juist de integratie dwingt tot het maken van fundamentele beleidskeuzen voor de langere termijn. Maar hoe doe je dat dan, integraal werken?

Door de identiteit van de gemeente als uitgangspunt te nemen, overstijg je de beleidssectoren, waardoor de omgevingsvisie daadwerkelijk integraal wordt.

unique sellingpoints

Het opstellen van een nieuwe visie biedt de kans om weer eens na te denken over de toekomst van de gemeente: ‘Wie zijn we ook al weer en waar willen we heen?’ Door de gemeentelijke identiteit als uitgangspunt te nemen bij het opstellen van de omgevingsvisie, werk je sectoroverstijgend en kunnen gemeenschappelijke doelstellingen gemakkelijker worden onderscheiden. Identiteit gaat immers over wat we willen zijn. En de omgevingsvisie is het document waar de ‘unique selling points’ van de gemeente de hoofdrol zouden moeten spelen. Dit vraagt om een nieuwe werkwijze.

het verhaal centraal

Basis van deze nieuwe werkwijze is de identiteit van de gemeente. Identiteit is het resultaat van een lange gedeelde geschiedenis. Denk aan archeologische sporen, aardkundige en gebouwde monumenten, maar ook naar organisatievormen, verhalen, mythen en sagen, personen en tradities. Het is wel zaak om deze feitelijkheden te vertalen naar ‘het verhaal van de gemeente’. Want om je te kunnen identificeren met een plek zijn verhalen nodig. Niet alle verhalen zijn even belangrijk om te vertellen. Sommige elementen spreken meer, omdat er een thematiek in schuilt die uniek is voor de gemeente en die betekenis geeft aan de toekomst van het gebied.

Het verhaal van de plek koppel je vervolgens aan de agenda van de plek. Identiteit is geen synoniem voor het verleden, maar gaat even zo goed over de ambities voor het gebied. Identiteit koppelt verleden en toekomst en is hiermee toepasbaar als eigentijds concept. Door de onderscheidende kenmerken van de gemeente als uitgangspunt te nemen, kun je gerichter beleidskeuzes maken. Dat leidt tot een samenhangende en eenduidige visie.

 co-creatie

Daarnaast leent identiteit zich heel goed als uitgangspunt voor co-creatie. De omgevingsvisie moet een kader bieden dat partijen uitnodigt om op co-creatieve wijze invulling te geven aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. En over de gemeentelijke identiteit kan iedereen meepraten. Het ligt immers niet vast, maar is open en bediscussieerbaar. Het is een uitnodigend onderwerp dat begrijpelijk is voor iedereen. We zien en beleven we het iedere dag, we maken er allemaal onderdeel van uit.

Door de identiteit(en) van de gemeente goed te verbeelden komt een gesprek op gang over ‘wie de gemeente is’ en ‘wie ze wil zijn’. De omgevingsvisie is immers geen blauwdruk maar een verhaal waar mensen aan kunnen bijdragen.

Thessa Fonds (senior adviseur TML)

< Ga terug

RO-magazine

Omgevingsvisie: profileren met identiteit

Onze planoloog Thessa Fonds heeft samen met Joost de Jong, werkzaam bij Tauw, een artikel gepubliceerd in RO-magazine (jaargang 34, nummer 11). In het artikel pleiten zij voor een nieuwe werkwijze.

Om een omgevingsvisie te schrijven, volstaat het niet om sectorale beleidsvisies te stapelen. Dat zou voorbij gaan aan de ambitie van de Omgevingswet. Maar echt integraal werken, hoe doe je dat? Door de identiteit van de gemeente als uitgangspunt te nemen! The Missing Link werkt al jaren aan allerlei ruimtelijke en erfgoed gerelateerde vraagstukken, waarbij we gemerkt hebben dat je via identiteit de sectorale belangen overstijgt. Daarom passen we onze methode nu toe bij het schrijven van omgevingsvisies.

Thessa en Joost hebben eerder een whitepaper geschreven over de omgevingsvisie en het inzetten van identiteit. Daarin wordt het hoe en waarom uitgebreid toegelicht. Het artikel in RO-magazine is een samenvatting van deze whitepaper.

omgevingsagenda

TML praat mee over de Nationale Omgevingsagenda

The Missing Link is uitgenodigd om deel te nemen aan de Strategische Werkplaats Nationale Omgevingsagenda op 8 maart. Wij gaan dan in gesprek met overheden en maatschappelijke partners over de toekomst van de fysieke leefomgeving van Nederland. De belangrijkste omgevingsthema’s die in de Werkplaatsen aan de orde komen krijgen een plek in de agenda; een belangrijk instrument in de Omgevingswet die in 2019 in werking treedt. Het opzetten van de agenda is een eerste stap in de richting van de Nationale Omgevingsvisie. Wij vinden het een hele eer om mee te denken over de trends en ontwikkelingen die in deze agenda zouden moeten staan. De verwachting is dat de Omgevingsagenda in de zomer van 2016 door Minister Schultz gepresenteerd wordt aan de Tweede Kamer.

De Strategische Werkplaats wordt georganiseerd door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor meer informatie over de Werkplaatsen en de Nationale Omgevingsagenda, kijk dan hier.