structuurvisie

Het venijn zit in de start

Mijn belangrijkste inzicht na het bestuderen van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie is dat het verschil met de huidige Wro niet zozeer in de inhoud zit, maar vooral in het proces. In gesprekken die ik voer, rijst steeds de vraag of de voor gemeenten verplichte omgevingsvisie nou echt zo anders is dan de structuurvisie. Inhoudelijk kan nu ook alles geregeld worden in een structuurvisie. Maar er zijn wel degelijk grote verschillen. En ik vraag me zelfs af, of wordt beseft hoe groot die verschillen zijn en welke inspanningen ze vergen.

De omgevingswet vraagt om een (nog) integraler proces dan nu het geval is. De omgevingsvisie omvat straks ook de beleidsnota’s voor milieu, water en verkeer. En dat doe je niet af met een advies aan je collega of een kant en klare paragraaf die in de visie kan worden overgenomen. Het stapelen van sectorale uitgangspunten is niet integraal.

Bovendien is het nu nog urgenter goed voorbereid te zijn op initiatieven uit de samenleving. Een duidelijke visie is daarvoor een must. Het geeft je een mooi startpunt om samen vast te stellen waar je naar toe wilt de komende jaren. In dat opzicht kun je de omgevingsvisie vergelijken met het mission statement van ondernemingen. Door middel van de omgevingsvisie geef je aan wie je bent, wat je doet en wat je wil bereiken. De visie staat ook niet voortdurend ter discussie. In het ideale geval definieert de gewenste identiteit van de gemeente; de stip op de horizon waar in gezamenlijkheid naar toe wordt gewerkt. En die gewenste identiteit bepaal je samen.

De omgevingsvisie moet immers in co-creatie ontstaan. Bij besluit tot vaststelling van de omgevingsvisie moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden zijn betrokken. Dit co-creatief proces is iets anders dan participatie en vraagt niet alleen om een dialoog, maar om daadwerkelijk samen denken en samen doen.

Het samen denken en doen is wat het proces onder de nieuwe Omgevingswet doet verschillen van de huidige Wro. Dat samen denken en doen vraagt om een cultuurverandering. Binnen de gemeente zullen werkprocessen er anders uit gaan zien. Maar ook het samenwerken met initiatiefnemers en burgers vaagt om een ander soort proces.

En hoe krijg je iedereen dan betrokken wanneer het om zoiets vaags gaat als de toekomstvisie voor de gemeente? Mijn advies: begin bij het begin. Stel samen vast wie de gemeente is en waar zij voor staat. Neem de identiteit van de gemeente als uitgangspunt en zorg dat je een gemeenschappelijke taal spreekt. Die taal ontstaat vanzelf wanneer je spreekt over de identiteit van de plek waar de deelnemers leven. Zij maken zelf immers onderdeel uit van die identiteit. En: neem de tijd! Het venijn zit hem in de start. Met een duidelijke omgevingsvisie ligt er straks een gedegen fundament waar je jaren mee vooruit kan.

Thessa Fonds (senior adviseur TML)

< Ga terug